Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent u werknemer van uw eigen bv. De Belastingdienst verplicht u via de gebruikelijkloonregeling (artikel 12a Wet LB 1964) om uzelf een marktconform salaris uit te keren. Per 1 januari 2026 is het normbedrag verhoogd naar € 58.000 bruto per jaar — een stijging van € 2.000 ten opzichte van 2025. In dit artikel leest u hoe de regeling werkt, hoe hoog uw loon minimaal moet zijn, wat er veranderd is en hoe u de juiste afweging maakt tussen loon en dividend.
De gebruikelijkloonregeling is bedoeld om te voorkomen dat aanmerkelijkbelanghouders zichzelf een kunstmatig laag salaris uitkeren om belastingheffing in box 1 (loon) te ontwijken en winst te laten ophopen in de bv voor latere uitkering als dividend in box 2. De regeling bepaalt dat een DGA geacht wordt een 'gebruikelijk loon' te ontvangen: het loon dat een werknemer in een vergelijkbare functie buiten de eigen bv zou verdienen.
De regeling geldt voor iedereen met een aanmerkelijk belang: dat wil zeggen een direct of indirect aandelenbelang van 5% of meer in een bv. Ook de fiscale partner of een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de DGA kan onder de regeling vallen als zij werkzaamheden verrichten voor de bv.
Het normbedrag is het minimumbedrag dat de Belastingdienst als uitgangspunt hanteert voor het gebruikelijk loon. Per 1 januari 2026 bedraagt dit € 58.000 bruto per jaar. Het normbedrag wordt jaarlijks door de staatssecretaris van Financiën vastgesteld en is de afgelopen jaren gestaag verhoogd:
| Jaar | Normbedrag | Wijziging |
|---|---|---|
| 2022 | € 48.000 | — |
| 2023 | € 51.000 | + € 3.000 |
| 2024 | € 56.000 | + € 5.000 |
| 2025 | € 56.000 | — |
| 2026 | € 58.000 | + € 2.000 |
Het normbedrag is echter een ondergrens, niet automatisch het juiste bedrag. Via het driestappenplan (zie hieronder) kan het gebruikelijk loon uitkomen op een hoger bedrag dan het normbedrag.
De gebruikelijkloonregeling werkt op basis van drie opeenvolgende stappen. U neemt het hoogste van de drie uitkomsten als gebruikelijk loon:
| Stap | Maatstaf | Toelichting |
|---|---|---|
| 1 | Het normbedrag | € 58.000 (2026). Dit is het wettelijk minimum. |
| 2 | Loon vergelijkbare dienstbetrekking | Wat verdient iemand in een vergelijkbare functie buiten de eigen bv? Gebruik cao's, loonsurveys of salarisonderzoeken als onderbouwing. |
| 3 | Loon meest verdienende werknemer | Het loon van de best betaalde werknemer of werknemer in de bv, inclusief groepsmaatschappijen. Dit voorkomt dat een DGA zichzelf minder betaalt dan zijn eigen personeel. |
In de praktijk is stap 2 — het loon voor een vergelijkbare functie — de bepalende factor voor DGA's die een bv leiden met meer dan gemiddelde omzet of specialistische werkzaamheden. De bewijslast ligt bij u als belastingplichtige: u moet aannemelijk maken waarom een lager bedrag dan stap 2 of 3 gerechtvaardigd is.
Tot en met 2022 mocht u het gebruikelijk loon vaststellen op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Deze doelmatigheidsmarge is per 1 januari 2023 definitief afgeschaft. Sindsdien moet het gebruikelijk loon volledig aansluiten bij het marktconforme loon — zonder aftrek. Als u vóór 2023 heeft afgestemd met de Belastingdienst op basis van de 75%-marge, is die afspraak niet langer geldig.
Tot en met 2022 konden startende ondernemers de eerste drie jaar een lager gebruikelijk loon hanteren als zij onvoldoende liquide middelen hadden om het volledige gebruikelijk loon uit te betalen. Deze startersregeling is per 1 januari 2023 eveneens vervallen. Voor 2026 heeft deze regeling geen betekenis meer.
Heeft u een auto van de zaak, dan telt de fiscale bijtelling mee als onderdeel van het gebruikelijk loon. De bijtelling is immers loon in natura. Dit betekent dat u de waarde van de bijtelling in mindering mag brengen op het bedrag dat u in geld moet uitkeren — maar het totaal (geldloon + bijtelling) moet minimaal gelijk zijn aan het vastgestelde gebruikelijk loon.
Let op: dit geldt uitsluitend voor auto's op naam van de bv waarbij de DGA ook daadwerkelijk de bijtelling aangeeft op de loonstrook. Een privéauto waarvoor een km-vergoeding wordt betaald, telt niet mee.
In een aantal situaties mag u afwijken van het normbedrag van € 58.000. De bewijslast ligt daarbij altijd bij u — de Belastingdienst gaat uit van het normbedrag totdat u het tegendeel aantoont.
Als uw bv structureel verliesgevend is, hoeft u uzelf geen gebruikelijk loon toe te kennen voor zover de bv de betaling van dat loon niet kan dragen zonder haar liquiditeitspositie ernstig te schaden. Van 'structureel' is sprake als er over meerdere jaren aaneengesloten verlies is geleden, niet als er incidenteel een slecht jaar is. Een eenmalig verliesjaar rechtvaardigt geen verlaging.
Werkt u aantoonbaar minder dan voltijd voor de bv, dan mag het gebruikelijk loon naar rato worden vastgesteld. Bij een tijdsinzet van 50% is het minimum dus € 29.000 (50% van € 58.000). U moet de tijdsbesteding wel aannemelijk kunnen maken, bijvoorbeeld met een urenadministratie.
Als het gebruikelijk loon op jaarbasis lager zou uitvallen dan € 5.000 — omdat de activiteiten van de bv van beperkte omvang zijn — hoeft u geen loon in aanmerking te nemen en geen loonadministratie bij te houden. Dit is met name relevant voor holding-bv's met weinig eigen activiteiten.
| Uitzondering | Voorwaarde | Praktisch gevolg |
|---|---|---|
| Structureel verlies | Aantoonbaar meerdere jaren verlies; betaling schaadt liquiditeit | Gebruikelijk loon tijdelijk verlagen; maatwerk in overleg met Belastingdienst |
| Parttime | Aangetoonde tijdsbesteding minder dan voltijd | Normbedrag naar rato (bijv. 50% = € 29.000) |
| Loon < € 5.000 | Verwachte gebruikelijk loon op jaarbasis < € 5.000 | Geen loonadministratieplicht; geen aangifte loonheffingen |
Als DGA heeft u in principe de keuze om winst te laten ophopen in de bv (box 2) of deze als loon (box 1) te ontvangen. De gebruikelijkloonregeling beperkt die keuze, maar laat ruimte voor optimalisatie boven het verplichte minimum.
| Box 1 (loon) | Box 2 (dividend) | |
|---|---|---|
| Belastingtarief 2026 | Tot € 76.816: 35,82% · Boven: 49,50% | 24,5% tot € 67.804 · 33% daarboven (ab-heffing) |
| Vennootschapsbelasting | Niet van toepassing | 19% (winst t/m € 200.000) · 25,8% daarboven |
| Effectief gecombineerd | Max. 49,50% (geen VPB) | Ca. 40–43% (VPB + box 2 gecombineerd) |
| Pensioenopbouw | Ja (via loon) | Nee |
| Sociale zekerheid | Beperkt (DGA is uitgezonderd WW) | Nee |
Bij een loon boven de tweede schijfgrens (€ 76.816 in 2026) betaalt u 49,5% inkomstenbelasting over elke extra euro loon. Dividend is in dat geval fiscaal voordeliger. Onder die grens kan het voordeliger zijn om meer loon te ontvangen, mede vanwege de arbeidskorting en de opbouw van pensioenrechten. De optimale verhouding is afhankelijk van uw persoonlijke situatie en vraagt om een integrale berekening.
Artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964 · Belastingplan 2026, Staatsblad 2025 · Hof Den Haag 16 maart 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:519 · Handboek Loonheffingen 2026, Belastingdienst · Wet inkomstenbelasting 2001, art. 4.6 (aanmerkelijk belang)
Wij helpen u het gebruikelijk loon correct vast te stellen, de loonstroken juist te verwerken en de onderbouwing richting de Belastingdienst op orde te brengen — zodat u geen verrassingen krijgt bij een boekenonderzoek.
Neem contact op →