06-58 83 86 63 info@zekersalaris.nl
Home Diensten Tarieven Team Kennisbank ✉ info@zekersalaris.nl Employes inloggen ↗︎ Kennismaken
Terug naar Kennisbank
DGA & Loon

DGA-loon 2026: gebruikelijk loon verhoogd naar € 58.000

Bijgewerkt: mei 2026 · 7 min lezen

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent u werknemer van uw eigen bv. De Belastingdienst verplicht u via de gebruikelijkloonregeling (artikel 12a Wet LB 1964) om uzelf een marktconform salaris uit te keren. Per 1 januari 2026 is het normbedrag verhoogd naar € 58.000 bruto per jaar — een stijging van € 2.000 ten opzichte van 2025. In dit artikel leest u hoe de regeling werkt, hoe hoog uw loon minimaal moet zijn, wat er veranderd is en hoe u de juiste afweging maakt tussen loon en dividend.

Wat is de gebruikelijkloonregeling?

De gebruikelijkloonregeling is bedoeld om te voorkomen dat aanmerkelijkbelanghouders zichzelf een kunstmatig laag salaris uitkeren om belastingheffing in box 1 (loon) te ontwijken en winst te laten ophopen in de bv voor latere uitkering als dividend in box 2. De regeling bepaalt dat een DGA geacht wordt een 'gebruikelijk loon' te ontvangen: het loon dat een werknemer in een vergelijkbare functie buiten de eigen bv zou verdienen.

De regeling geldt voor iedereen met een aanmerkelijk belang: dat wil zeggen een direct of indirect aandelenbelang van 5% of meer in een bv. Ook de fiscale partner of een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van de DGA kan onder de regeling vallen als zij werkzaamheden verrichten voor de bv.

Gebruikelijk loon ≠ werkelijk uitbetaald loon
De Belastingdienst belast het gebruikelijk loon ongeacht of u dit daadwerkelijk aan uzelf uitbetaalt. Betaalt u zichzelf minder, dan wordt het verschil toch als loon in aanmerking genomen en belast in box 1. Dit kan leiden tot naheffingen en belastingrente.

Het normbedrag in 2026: € 58.000

Het normbedrag is het minimumbedrag dat de Belastingdienst als uitgangspunt hanteert voor het gebruikelijk loon. Per 1 januari 2026 bedraagt dit € 58.000 bruto per jaar. Het normbedrag wordt jaarlijks door de staatssecretaris van Financiën vastgesteld en is de afgelopen jaren gestaag verhoogd:

JaarNormbedragWijziging
2022€ 48.000
2023€ 51.000+ € 3.000
2024€ 56.000+ € 5.000
2025€ 56.000
2026€ 58.000+ € 2.000

Het normbedrag is echter een ondergrens, niet automatisch het juiste bedrag. Via het driestappenplan (zie hieronder) kan het gebruikelijk loon uitkomen op een hoger bedrag dan het normbedrag.

Het driestappenplan: zo bepaalt u het juiste bedrag

De gebruikelijkloonregeling werkt op basis van drie opeenvolgende stappen. U neemt het hoogste van de drie uitkomsten als gebruikelijk loon:

StapMaatstafToelichting
1Het normbedrag€ 58.000 (2026). Dit is het wettelijk minimum.
2Loon vergelijkbare dienstbetrekkingWat verdient iemand in een vergelijkbare functie buiten de eigen bv? Gebruik cao's, loonsurveys of salarisonderzoeken als onderbouwing.
3Loon meest verdienende werknemerHet loon van de best betaalde werknemer of werknemer in de bv, inclusief groepsmaatschappijen. Dit voorkomt dat een DGA zichzelf minder betaalt dan zijn eigen personeel.

In de praktijk is stap 2 — het loon voor een vergelijkbare functie — de bepalende factor voor DGA's die een bv leiden met meer dan gemiddelde omzet of specialistische werkzaamheden. De bewijslast ligt bij u als belastingplichtige: u moet aannemelijk maken waarom een lager bedrag dan stap 2 of 3 gerechtvaardigd is.

Rekenvoorbeeld — Accountant-DGA

Stel: u bent DGA van een accountancybv. U heeft geen andere werknemers. Het normbedrag (stap 1) is € 58.000. Een vergelijkbare zelfstandig werkende accountant in loondienst verdient € 75.000 per jaar (stap 2). Er zijn geen andere werknemers (stap 3 niet van toepassing).

Uw gebruikelijk loon = € 75.000 (de hoogste uitkomst van stap 1 en 2).

U kunt aan de Belastingdienst aannemelijk maken dat stap 2 op € 65.000 uitkomt als uw bv structureel verlies maakt of als u parttime werkt. Zie de uitzonderingen hieronder.

Wat is er veranderd ten opzichte van voorgaande jaren?

Doelmatigheidsmarge vervallen (2023)

Tot en met 2022 mocht u het gebruikelijk loon vaststellen op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Deze doelmatigheidsmarge is per 1 januari 2023 definitief afgeschaft. Sindsdien moet het gebruikelijk loon volledig aansluiten bij het marktconforme loon — zonder aftrek. Als u vóór 2023 heeft afgestemd met de Belastingdienst op basis van de 75%-marge, is die afspraak niet langer geldig.

Startersregeling vervallen (2023)

Tot en met 2022 konden startende ondernemers de eerste drie jaar een lager gebruikelijk loon hanteren als zij onvoldoende liquide middelen hadden om het volledige gebruikelijk loon uit te betalen. Deze startersregeling is per 1 januari 2023 eveneens vervallen. Voor 2026 heeft deze regeling geen betekenis meer.

Oude afspraken met de Belastingdienst zijn verlopen
Heeft u vóór 2023 een vaststellingsovereenkomst (vso) met de Belastingdienst gesloten over uw gebruikelijk loon, dan geldt die afspraak niet meer automatisch voor 2026. Controleer of uw huidige loon nog voldoet aan de huidige normen, of heronderhandel een nieuwe vso.

Auto van de zaak en het gebruikelijk loon

Heeft u een auto van de zaak, dan telt de fiscale bijtelling mee als onderdeel van het gebruikelijk loon. De bijtelling is immers loon in natura. Dit betekent dat u de waarde van de bijtelling in mindering mag brengen op het bedrag dat u in geld moet uitkeren — maar het totaal (geldloon + bijtelling) moet minimaal gelijk zijn aan het vastgestelde gebruikelijk loon.

Rekenvoorbeeld — Auto van de zaak

Uw gebruikelijk loon is vastgesteld op € 58.000 per jaar. U rijdt in een elektrische auto van de zaak met een cataloguswaarde van € 55.000. De bijtelling bedraagt 16% × € 55.000 = € 8.800 per jaar.

Uit te betalen in geld: € 58.000 − € 8.800 = € 49.200 bruto per jaar (€ 4.100 per maand).

Het totaal (€ 49.200 + € 8.800) bedraagt € 58.000, waarmee aan de norm wordt voldaan.

Let op: dit geldt uitsluitend voor auto's op naam van de bv waarbij de DGA ook daadwerkelijk de bijtelling aangeeft op de loonstrook. Een privéauto waarvoor een km-vergoeding wordt betaald, telt niet mee.

Uitzonderingen op de gebruikelijkloonregeling

In een aantal situaties mag u afwijken van het normbedrag van € 58.000. De bewijslast ligt daarbij altijd bij u — de Belastingdienst gaat uit van het normbedrag totdat u het tegendeel aantoont.

1. Structureel verlies

Als uw bv structureel verliesgevend is, hoeft u uzelf geen gebruikelijk loon toe te kennen voor zover de bv de betaling van dat loon niet kan dragen zonder haar liquiditeitspositie ernstig te schaden. Van 'structureel' is sprake als er over meerdere jaren aaneengesloten verlies is geleden, niet als er incidenteel een slecht jaar is. Een eenmalig verliesjaar rechtvaardigt geen verlaging.

2. Parttime werkzaamheden

Werkt u aantoonbaar minder dan voltijd voor de bv, dan mag het gebruikelijk loon naar rato worden vastgesteld. Bij een tijdsinzet van 50% is het minimum dus € 29.000 (50% van € 58.000). U moet de tijdsbesteding wel aannemelijk kunnen maken, bijvoorbeeld met een urenadministratie.

3. Gebruikelijk loon lager dan € 5.000

Als het gebruikelijk loon op jaarbasis lager zou uitvallen dan € 5.000 — omdat de activiteiten van de bv van beperkte omvang zijn — hoeft u geen loon in aanmerking te nemen en geen loonadministratie bij te houden. Dit is met name relevant voor holding-bv's met weinig eigen activiteiten.

UitzonderingVoorwaardePraktisch gevolg
Structureel verliesAantoonbaar meerdere jaren verlies; betaling schaadt liquiditeitGebruikelijk loon tijdelijk verlagen; maatwerk in overleg met Belastingdienst
ParttimeAangetoonde tijdsbesteding minder dan voltijdNormbedrag naar rato (bijv. 50% = € 29.000)
Loon < € 5.000Verwachte gebruikelijk loon op jaarbasis < € 5.000Geen loonadministratieplicht; geen aangifte loonheffingen

Box 1 versus box 2: de fiscale afweging

Als DGA heeft u in principe de keuze om winst te laten ophopen in de bv (box 2) of deze als loon (box 1) te ontvangen. De gebruikelijkloonregeling beperkt die keuze, maar laat ruimte voor optimalisatie boven het verplichte minimum.

Box 1 (loon)Box 2 (dividend)
Belastingtarief 2026Tot € 76.816: 35,82% · Boven: 49,50%24,5% tot € 67.804 · 33% daarboven (ab-heffing)
VennootschapsbelastingNiet van toepassing19% (winst t/m € 200.000) · 25,8% daarboven
Effectief gecombineerdMax. 49,50% (geen VPB)Ca. 40–43% (VPB + box 2 gecombineerd)
PensioenopbouwJa (via loon)Nee
Sociale zekerheidBeperkt (DGA is uitgezonderd WW)Nee

Bij een loon boven de tweede schijfgrens (€ 76.816 in 2026) betaalt u 49,5% inkomstenbelasting over elke extra euro loon. Dividend is in dat geval fiscaal voordeliger. Onder die grens kan het voor­deliger zijn om meer loon te ontvangen, mede vanwege de arbeidskorting en de opbouw van pensioenrechten. De optimale verhouding is afhankelijk van uw persoonlijke situatie en vraagt om een integrale berekening.

Jurisprudentie: Hof Den Haag 2023
In het arrest van Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2023:519) oordeelde het hof dat een DGA die de meest vergelijkbare dienstbetrekking niet voldoende had onderbouwd, genoegen moest nemen met het normbedrag als minimum. Het hof bevestigde tevens dat de bewijslast voor een lager gebruikelijk loon volledig bij de belastingplichtige ligt. Een deugdelijke onderbouwing met marktgegevens is daarmee geen luxe maar een noodzaak.

Praktische checklist voor de DGA

  • Controleer uw huidige loon per 1 januari 2026. Betaalt u uzelf minder dan € 58.000, verhoog het loon dan zo snel mogelijk en pas de loonaangifte aan. Houd rekening met belastingrente als u dit te laat corrigeert.
  • Stel de meest vergelijkbare dienstbetrekking vast. Gebruik objectieve bronnen: cao's in uw sector, salarisonderzoeken (bijv. Berenschot, Mercer) of vergelijkbare vacatures. Leg de onderbouwing schriftelijk vast in uw administratie.
  • Verwerk de auto van de zaak correct op de loonstrook. De bijtelling moet als loon in natura worden aangegeven en op elke loonstrook zichtbaar zijn. Uw loonverwerker moet dit correct verwerken in de loonaangifte.
  • Overweeg een vaststellingsovereenkomst. Bij twijfel over het juiste bedrag kunt u vooraf zekerheid krijgen via een vso met de Belastingdienst. Dit voorkomt discussies achteraf.
  • Stem loon en dividend op elkaar af. Laat uw fiscalist of accountant jaarlijks berekenen wat de optimale verhouding is tussen loon en dividenduitkering, rekening houdend met de actuele tarieven in box 1 en box 2.
  • Controleer of de uitzondering van toepassing is. Maakt uw bv structureel verlies of werkt u aantoonbaar parttime? Onderbouw dit dan goed en informeer uw salarisadministrateur.

Bronnen

Artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964 · Belastingplan 2026, Staatsblad 2025 · Hof Den Haag 16 maart 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:519 · Handboek Loonheffingen 2026, Belastingdienst · Wet inkomstenbelasting 2001, art. 4.6 (aanmerkelijk belang)

Twijfelt u over uw DGA-loon?

Wij helpen u het gebruikelijk loon correct vast te stellen, de loonstroken juist te verwerken en de onderbouwing richting de Belastingdienst op orde te brengen — zodat u geen verrassingen krijgt bij een boekenonderzoek.

Neem contact op →